Aminozuren – de bouwstenen van het lichaam

De uiteindelijke waarde van eiwit uit voeding of een eiwit supplement ligt in z’n aminozuur samenstelling. Aminozuren zijn de bouwstenen van eiwitten en spierweefsel. Veel fysiologische processen die betrekking hebben op bodybuilding, van energie, herstel, spier hypertrofie, vetverlies tot kracht toenames, houden verband met aminozuren.

De 23 aminozuren zijn de moleculaire bouwstenen van eiwit. De aminozuren kunnen worden verdeeld in twee groepen: essentiële aminozuren en niet-essentiële aminozuren. De 9 essentiële aminozuren worden zo genoemd omdat ze niet door het lichaam kunnen worden gemaakt maar ze via de voeding die we eten moeten worden geleverd. De 12 niet-essentiële aminozuren kunnen door het lichaam worden gemaakt van andere aminozuren.

Wat er met een aminozuur gebeurt nadat het naar de lever is vervoerd is sterk afhankelijk van de behoefte van het lichaam op dat moment. Sommige aminozuren komen de bloedstroom binnen, waar ze aminozuren vergezellen die zijn vrijgemaakt gedurende de constante afbraak en synthese van lichaamsweefsel. Andere aminozuren worden door de lever gebruikt om vele specifieke eiwitten te maken zoals lever enzymen, lipoproteïnes, en de bloed proteïne (albumine).

Als deze aminozuren door het lichaam stromen, haalt elke cel aminozuren uit de gemeenschappelijke pool beschikbare aminozuren om de talrijke eiwitten te vormen die nodig zijn om de functies van de cel uit te kunnen voeren.

Om eiwit synthese te laten plaatsvinden, is een voldoende aanvoer van zowel essentiële als niet-essentiële aminozuren essentieel. Als een van de essentiële aminozuren ontbreekt dan wordt de synthese stopgezet. Deze gedeeltelijk in elkaar gezette eiwitten worden dan uit elkaar gehaald en de aminozuren keren terug naar het bloed. Elke aminozuur die niet binnen een korte tijd worden gebruikt kan niet worden opgeslagen voor toekomstig gebruik. Ze worden terug geleverd aan de lever en ontdaan van hun stikstof. Die vervolgens worden opgenomen in ureum en wordt uitgescheiden door de nieren. Het overgebleven eiwit wordt omgezet in glucose en verbrand als energie of omgezet in vet of glycogeen opslag.

Hoewel eiwit synthese zeer belangrijk is, is de nummer 1 prioriteit van het lichaam voldoende energie verkrijgen om door te gaan met vitale functies zoals circulatie, ademhaling en spijsvertering. Daarom zal het lichaam, bij gebrek aan voldoende calorieën uit vet en koolhydraten, niet alleen eiwit uit de voeding maar ook eiwit in het bloed, lever, alvleesklier, spieren en ander weefsel afbreken om vitale organen en lichaamsfuncties in stand te houden.

Zoals gezegd is wat er met een aminozuur gebeurt nadat het naar de lever is vervoerd, sterk afhankelijk van de behoefte van het lichaam op dat moment. Direct na de training wanneer de spieren ontvankelijk zijn voor voedingsstoffen en de bloedstroom naar de getrainde spieren hoog blijft; bestaat er een kortdurende periode om de spieren te helpen groeien en herstellen. Helaas zal een eiwitrijke maaltijd geen aanzienlijke hoeveelheden aminozuren in je bloedstroom brengen tot een paar uur nadat je het gegeten hebt, zeker als de bloedstroom naar het maag-darmkanaal wordt verminderd door een zware training.

De meeste betrouwbare manier om specifieke aminozuren te af te leveren is de aminozuren zelf toe te dienen via vrije vorm aminozuren. De waarde van vrije vorm aminozuren is ten eerste dat ze geen vertering nodig hebben. Ze zijn vrij van chemische verbindingen aan andere moleculen en bewegen dus snel door de maag en in de dunne darm, waar ze snel binnen 15 minuten worden opgenomen in de bloedstroom. Deze snelle opname voorkomt spierafbraak.

Zonder voldoende energie heeft het menselijk lichaam zoals hierboven besproken het vermogen om spierweefsel af te breken voor gebruik als een energiebron tijdens zware training. Dit proces staat bekend als gluconeogenesis, wat de productie is van glucose van niet-koolhydraat bronnen. Het deel van de reactie die hierop betrekking heeft is bekend als de glucose alanine cyclus. Tijdens deze cyclus worden BCAA’s (drie essentiële aminozuren: leucine, isoleucine en valine) losgemaakt van het spierweefsel en wordt een deel omgezet in het aminozuur alanine, wat naar de lever wordt vervoerd en omgezet in glucose.

BCAA’s worden direct in de spieren omgezet en kunnen in energie worden omgezet om spierafbraak te voorkomen. Als je BCAA als supplement neemt hoeft je lichaam geen spierweefsel af te breken om aan extra energie te komen.

Aminozuren zijn echt de bouwstenen van spierweefsel en eiwit.